MyReportOnline

De coronacrisis grijpt direct in op het dagelijks werk van de politie, de veiligheid van agenten en hun inzetbaarheid. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid neemt daarom maatregelen om agenten meer te beschermen en hun inzetbaarheid zeker te stellen. Zo heeft de ministerraad vrijdag ingestemd met een wetsvoorstel, waardoor van hoestende en spugende verdachten gedwongen wangslijm kan worden afgenomen om te testen op corona. Hierdoor kan worden getest of agenten of andere hulpverleners risico lopen als mensen met opzet spugen of hoesten om te besmetten met het corona-virus (COVID-19).

Op 25 mei 2018 werd namelijk de nieuwe privacywet van toepassing, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stond het jaar dan ook in het teken hiervan. Enerzijds om organisaties te stimuleren de noodzakelijke voorbereidingen te treffen en de nieuwe wet na te leven. Anderzijds om als toezichthouder klaar te zijn voor nieuwe taken op het gebied van Europese samenwerking, voorlichting en behandeling van privacyklachten.

 

De huidige manier van verhoren en de aanwezigheid van de advocaat blijken beperkt van invloed op de informatie die verdachten van zware misdrijven tijdens een politieverhoor prijsgeven. Dit is de belangrijkste conclusie uit een studie die door onderzoekers van de Erasmus School of Law in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd. Het onderzoek laat zien dat weinig verdachten gedurende het gehele verhoor zwijgen. De uitdaging voor een effectief verdachtenverhoor is dan ook niet zozeer de verdachte aan het praten te krijgen, maar de verdachte over de zaak te laten praten of de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie te onderzoeken. Hiertoe zou het verdachtenverhoor vormgegeven kunnen worden als een open gesprek waarin de beschikbare informatie met de verdachte wordt besproken. De verdachte en advocaat sneller inzage geven in het dossier kan bijdragen aan een efficiënter verdachtenverhoor.

Voor burgers is digitaal contact met de overheid niet altijd even gemakkelijk. De overheid bestaat feitelijk uit honderden organisaties die digitalisering niet allemaal op dezelfde manier aanpakken. Daardoor kan de burger het spoor bijster raken. Dat geldt des te meer voor mensen die door omstandigheden minder zelfredzaam zijn. Van hen kan niet altijd worden verwacht dat zij alle digitale kanalen van overheidsorganen in de gaten houden en de weg kunnen vinden in de digitale uitvoering van regels. Toegang tot de overheid is een beginsel van behoorlijk bestuur. De Afdeling advisering raadt daarom aan om dit beginsel ook bij een digitaliserende overheid voortdurend in het oog te houden. Burgers hebben recht op zinvol contact met de overheid, waarbij zij serieus worden genomen en hun eigen gegevens kunnen inzien en (waar nodig) corrigeren.

De gevolgen van mondialisering trekken een zware wissel op de inventiviteit van het lokale bestuur, het eerste aanspreekpunt voor burgers. Daarnaast hebben decentrale overheden meer verantwoordelijkheden gekregen bij de uitvoering van nationale en Europese wetgeving en vervullen zij een belangrijke rol bij het creëren van werkgelegenheid. Regio’s zijn al lang geen secundaire spelers meer.Decentrale overheden krijgen een steeds grotere rol in de uitvoering van nationale en Europese wetgeving. De EU en het Rijk moeten zich daarom meer rekenschap geven van het toegenomen belang van decentrale overheden bij de totstandkoming van wetgeving, zo constateert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in deze maand uitgebracht rapport.


Binnenland & Buitenland